Waterverwarming: bis

Even een overzicht van wat er blijkbaar voorhanden is, en wat telkens de voor- en nadelen zijn. Gas is uit den boze, maar heb ik in dit artikel toch laten staan voor de overzichtelijkheid.


De moderne mens legt de lat veel hoger inzake comfort. Dat blijkt zeker uit het stijgend warmwaterverbruik. Die evolutie heeft er samen met het verbeterde rendement van de cv-ketels en met de doorgedreven isolatie voor gezorgd dat er tegenwoordig meer vermogen nodig is voor de warmwaterbereiding dan voor opwarming van de woning. Het komt er bij de keuze van het systeem dan ook op aan het juiste compromis te vinden tussen een lage investeringskost, een laag verbruik en een maximaal comfort.

Voor de bereiding van warmwater heb je twee principes: de geisers - de zogenaamde doorstromer - of de boiler. Deze kunnen autonoom werken of gekoppeld worden aan een centrale verwarming. De boiler kan zelfs zijn warmte halen uit zonne-energie. We zetten alles even op een rijtje.

Geisers of doorstroomtoestellen

De meeste geisers of doorstroomtoestellen werken op gas. Kenmerkend voor een doorstroomtoestel is dat het toestel pas in werking treedt als de warmwaterkraan wordt opengedraaid. De toestellen verbruiken dus weinig of geen energie als er geen vraag is naar warm water. Wat dat betreft zijn toestellen met een elektronische ontsteking interessanter dan toestellen met een waakvlam.

Door de band zijn doorstroomtoestellen kleiner en goedkoper in aanschaf dan een boiler.

Qua comfort bieden ze het voordeel dat je nooit zonder warm water kan komen te zitten, hetgeen wel kan gebeuren bij boilers. Omdat je geen opslag van warm water hebt, hoef je ook niets te vrezen van de legionella-bacterie.

Let bij de aanschaf van een doorstroomtoestel zeker op het maximale debiet dat afhankelijk is van het beschikbare vermogen. Bij geisers met een te klein vermogen duurt het immers te lang om grote hoeveelheden warm water af te tappen. Een andere beperking van doorstroomtoestellen is dat bij zeer lage waterafnames het kan gebeuren dat de brander niet gaat functioneren. Voor een degelijke geiser van een gerenommeerd merk mag dit evenwel geen bezwaar vormen.

Hou er bij de aankoop rekening mee dat een doorstroomtoestel op aardgas een schoorsteen vergt met boven- en benedenverluchting. Er is ook een beveiligingssysteem nodig dat de geiser uitschakelt bij terugslag in de schoorsteen. Op de veiligheid mag je zeker nooit besparen. Gasgeisers die van bedenkelijke kwaliteit zijn of die slecht onderhouden zijn, houden in combinatie met een gebrekkige ventilatie een risico van koolstofmonoxidevergiftiging in.

Tegenwoordig bestaan er ook net zoals bij de gasketels gesloten systemen. Het grote voordeel is dat deze geen schoorsteen nodig hebben en dat hun werking niet afhankelijk is van de aanwezige lucht in het vertrek.

Behalve de gasgeisers heb je ook de elektrische doorstroomtoestellen die door de band duurder zijn in verbruik en goedkoper qua installatie. Denk er wel aan dat een elektrische geiser een aanpassing van het bestaande elektriciteitsnet kan vergen wat ook nog eens kan resulteren in een bijkomende vermogensbelasting.

De boiler

In een boiler wordt een bepaalde hoeveelheid water op temperatuur gehouden. Het voordeel van een boiler is dat die volledige voorraad in het algemeen sneller afgetapt kan worden dan bij een geiser. Ook levert het geen enkel probleem op om warm water te krijgen als je de kraan slechts gedeeltelijk opendraait. Het nadeel van een boiler is dat hij niet onbeperkt warm water levert. Als de voorraad op is, kan het dus even duren eer het water terug op temperatuur is. Bij de ene boiler kan dat uren duren, bij een andere gebeurt dat op een kwartiertje tijd of minder.

Elektrische boilers hebben een langere opwarmingstijd dan aardgasboilers. Het voordeel van elektrische boilers is dat ze gemakkelijker te installeren zijn.

Om er zeker van te zijn dat je te allen tijde over warm water kan beschikken, is het hoe dan ook van het grootste belang dat je een boiler kiest met de juiste inhoud. De boiler mag dus niet te klein zijn, maar aan de andere kant mag je je ook geen te grote boiler aanschaffen. Dan betaal je onnodig veel geld, zowel bij de aankoop als bij het verbruik.

Als vuistregel kan je stellen dat in een woning met een douche een boiler nodig is van 100 liter, in een woning met een bad één van 130 liter en in een woning met twee baden een boiler van 160 liter. Bij het instellen van de temperatuur van het boilerwater, moet je met meerdere factoren rekening houden. Stel de temperatuur niet te hoog in. Daarmee verhoog je het verbruik en bovendien brengt dit verbrandingsgevaar met zich mee. Te warm water verhoogt ook de kans op kalkvorming.

Anderzijds mag het water ook niet te koud zijn. Niet alleen omwille van het comfort maar ook om te vermijden dat je een te hoge concentratie krijgt van de legionella-bacteriën. Daarom stelt men meestal de temperatuur in op 60° C.

Behalve de inhoud is ook het rendement van de boiler belangrijk. Dat werd de jongste jaren onder meer verhoogd door met lagere temperaturen te werken, door de boilers beter te isoleren en door met behulp van gesofisticeerde regelapparatuur de warmwaterproductie zo optimaal mogelijk te regelen in functie van de behoeften en de elektriciteitstarieven.

Vergeet alleszins niet de buizen van de boiler naar de tappunten zo goed mogelijk te isoleren om stilstandverliezen te vermijden en aldus het rendement te verhogen.

Elektrische boilers

Bij elektrische boilers bevindt er zich een elektrische weerstand in de voorraadtank die het omringende water op de gewenste temperatuur brengt. Voor deze toestellen is het een must om het water tegen een goedkoop tarief te laten opwarmen. Alleen voor kleine boilers (die bijvoorbeeld zorgen voor de opwarming van het afwaswater) is het "normale tarief" nog te overwegen. Het voordeligste systeem is een boiler die aangesloten wordt op het uitsluitend nachttarief. Het nadeel hiervan is dat in noodgevallen overdag geen opwarming mogelijk is. Veel meer in trek zijn de spaarboilers die aangesloten worden op het tweevoudig tarief en die uitgerust zijn met een voorkeurschakelaar. In principe gebeurt de opwarming van het water 's nachts maar dankzij de voorkeurschakeling kan je ook overdag een extra opwarming krijgen.

Een variant op dit systeem is de comfortketel. Hij is vergelijkbaar met de spaarboiler, maar warmt automatisch bij wanneer de voorraad warm water is opgebruikt. Bij deze extra opwarming wordt het water echter minder heet (40° C) dan bij de nachtopwarming. Zo wordt het dagverbruik verminderd en kom je toch nooit zonder warm water te zitten.

In lavabo’s en keukens kan ook gebruik gemaakt worden van zogenaamde drukloze of lagedruktoestellen. Deze toestellen zijn goedkoper en duurzamer dan de gewone boilers, maar zijn enkel verkrijgbaar met een kleine inhoud. Voor keukens is ook het kokendwatertoestel het vermelden waard waar je kokend water kan laten uitstromen. Nadeel van dit apparaat is de beperkte waterinhoud en de lange wachttijd om het water op temperatuur te krijgen.

Combinatie CV-ketel en warmwaterbereiding

Bij nieuwbouw worden de warmwaterbereiding en de C.V.-installatie meestal in één systeem geïntegreerd. Bij renovaties is dit moeilijker haalbaar wanneer er extra leidingen tussen de ketel en de tappunten gelegd worden.

Een veel gebruikt systeem is de combiketel waarbij een gasketel gecombineerd wordt met een doorstroomtoestel.

Doordat de ketels gasgeisers - uitgerust zijn met allerhande nieuwe technieken (vb. condensatieketels, gesloten ketels, …) halen de combiketels ook met betrekking tot de warmwaterbereiding goede prestaties.

Veel van deze ketels zijn uitgerust met een mini-accumulatiesysteem. Dat zorgt ervoor dat er steeds enkele liters water op temperatuur gehouden wordt. Zo wordt het probleem van wachttijden en minimale debieten omzeild.

Nog een trapje hoger op de comfortladder is de ketel met een buffervat van 60 à 80 liter. Hiermee wordt niet alleen het probleem van de tapdrempel vermeden; het maakt ook kortstondige piekdebieten mogelijk. Ook gelijktijdige waterafname van verschillende kranen heeft hierdoor geen invloed op de watertemperatuur. Voor nog meer comfort heeft men die inhoud van het buffervat in sommige toestellen nog opgedreven tot 150 à 200 liter. Resultaat: overvloedig water beschikbaar zonder wachttijd en een continu debiet dankzij de warmtewisselaar.

Behalve de combiketel heb je ook de indirecte boilers. De meeste van deze boilers zijn uitgerust met een spiraal-warmtewisselaar die zich in de tank bevindt en zo het verbruikswater opwarmt. Door deze spiraal wordt heet water gestuurd afkomstig van de stookketel. Vroeger werden deze toestellen gekenmerkt door lange opwarmtijden en vrij grote afmetingen. Daar is de jongste jaren evenwel enorm verandering in gekomen. In die mate zelfs dat er nu combinaties bestaan ter grootte van een diepvriezer waarin ketel en boiler in één omkasting geïntegreerd zitten.

Een geval apart zijn de ketel-boilercombinaties die functioneren volgens het dubbeltank- of het tank-in-tank-systeem, hetgeen je nog het best kan vergelijken met het bain marie-procédé dat we kennen van in de keuken. De toestellen bestaan uit twee in elkaar geplaatste tanks. De binnenkant is gemaakt van roestvrij staal en bevat het sanitaire water. In de buitenste tank stroomt heet water afkomstig van de stookketel.

Dit systeem zou voor een snellere opwarming zorgen omdat het verwarmingsfluïdum volledig rond het sanitaire water zit. Het risico van kalkafzetting zou bij dit systeem ook drastisch verlaagd worden. Door het voortdurend krimpen en uitzetten van de tank is de kalk voortdurend in beweging en kan hij zich niet afzetten op de wanden. Hierdoor hoeven deze toestellen in het algemeen niet meer ontkalkt te worden en daalt het rendement niet na verloop van tijd.

De zonneboiler

Hoewel België niet meteen het zonnigste land is op de wereldbol, kan ook hier de zon ons voorzien van meer dan de helft van de energie die nodig is voor ons warm sanitair water. Doordat de kwaliteit en het rendement van deze systemen sterk gestegen zijn en de prijzen gedaald, wordt een zonneboiler een haalbare kaart voor elk huisgezin. Een volledig zonneboilersysteem vergt een investering van ongeveer € 2.500. Verschillende elektriciteitsmaatschappijen en gemeentes reiken premies uit om het gebruik van de zonneboiler te stimuleren.

Omdat de zonneboiler niet altijd voldoende warm water kan leveren, is er een naverwarmer nodig. Bij een nieuwbouw kan deze naverwarmer geïntegreerd worden in de zonneboiler. Op die manier wordt er ruimte bespaard en gaat er geen warmte verloren tussen het opslagvat en de naverwarmer.

Wanneer de zonneboiler in een bestaande woning geplaatst wordt, kan in sommige gevallen het warmwatertoestel dat je voordien had functioneren als naverwarmer.